Goed bestuur in de zorg krijgt prioriteit

Inleiding

De Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd (IGJ) en de Nederlandse Zorgautoriteit (NZa) hebben hun samenwerking geïntensiveerd.

De belangrijkste reden hiervoor is dat zij steeds vaker signalen ontvangen over het oneigenlijk besteden van zorggelden en twijfelachtige financiële of organisatorische constructies. Het betreft situaties die goed bestuur en professionele en integere bedrijfsvoering raken. Soms kan hiertegen worden opgetreden, maar soms betreft het situaties zonder een duidelijke wettelijke kader waardoor IGJ en NZa niet kunnen optreden.  

Voorstel IGJ en NZa

In vergelijking met andere sectoren waar publieke en private belangen samenkomen – zoals de financiële sector en de woningcorporatiesector – zijn in de zorgsector de kaders voor goed bestuur en professionele en integere bedrijfsvoering in beperkte mate wettelijk verankerd.

Dit is de reden dat IGJ en NZa gezamenlijk een voorstel doen voor het invoeren van een nieuwe wettelijke norm voor integere en professionele bedrijfsvoering. Hun voorkeur heeft een open norm.

Een open norm stelt bestuurders en interne toezichthouders in staat om te zoeken naar een voor hen passende manier om te voldoen aan de norm. Een open norm geeft ook IGJ en NZa de mogelijkheid op per situatie te sturen op het gewenste gedrag en de gewenste uitkomsten. Daarnaast heeft een open norm als voordeel dat aangesloten kan worden op de bestaande praktijknormen, gebaseerd op de in 2017 ingevoerde Governancecode Zorg.

IGJ en NZa hebben de volgende aanbevelingen:

  1. veranker de integriteit en professionaliteit van de bedrijfsvoering in het publiekrecht: dit betekent met name dat voor alle zorgaanbieders zal gelden dat:
    • de geschiktheid en betrouwbaarheid van bestuursleden wordt geborgd;
    • voorkomen wordt dat zorggeld uit de zorg verdwijnt door belangenverstrengeling en het oneigenlijk besteden van zorggeld;
    • eisen worden gesteld aan uitbesteding van diensten en de verantwoording daarover;
    • zorgaanbieders beschikken over een adequate risicobeheersingssysteem;
    • zorgaanbieders volledige financiële en maatschappelijke verantwoording afleggen.

  2. zorg dat de integriteit en professionaliteit van de bedrijfsvoering effectief kan worden gehandhaafd door de IGJ en NZa: dit betekent dat IGJ en NZa dienen te beschikken over nieuwe handhavingsinstrumenten met boetebevoegdheid, zoals:
    • een wettelijke bevoegdheid om een toelating van een zorgaanbieder te weigeren of in te trekken;
    • verhinderen dat de wettelijke norm wordt omzeild bijvoorbeeld door concernvorming.

Kritiek vanuit de praktijk

Er is met name vanuit de advocatuur kritiek op de brandbrief. IGJ en NZa zouden hun kritiek op een gebrek aan morele oriëntatie bij bestuurders niet voldoende feitelijk onderbouwen. Ook wordt er met wantrouwen naar het voorstel voor een open norm gekeken. Een open norm zouden IGJ en NZa teveel mogelijkheden geven om te sturen op een door hen gewenste situatie.

Enerzijds is deze kritiek vanuit de advocatuur te begrijpen. Niemand wil lezen dat zijn integriteit moet worden versterkt. En advocaten verdedigen in deze hun cliënten, de grotere zorginstellingen. Anderzijds, mag van de praktijk verwacht worden dat zij kritisch kijkt naar de integriteit van de zorgsector en dat de praktijk zich ook de maatschappelijke verontwaardiging aantrekt wanneer zorggelden oneigenlijk worden aangewend. 

Als de twee vooraanstaande wettelijke toezichthouders gezamenlijk een sterk pleidooi houden voor meer aandacht voor goed bestuur en professionele en integere bedrijfsvoering binnen de zorgsector, dan kan naar mijn mening de politiek niet anders doen dan hieraan opvolging geven. Overigens, wettelijke toezichthouders moeten zich juist sterk maken voor een integere bedrijfsvoering bij de onder toezicht staande instellingen. Binnen andere sectoren is dit al lang gebruikelijk.[1]

Betekenis voor interne toezichthouders

Het voorstel is voor interne toezichthouders van belang. Het noopt raden van toezicht om – weliswaar lastige – maar belangrijke vragen te stellen. Hoe overtuigt een raad van toezicht zichzelf of er sprake is van goed bestuur? Beschikt hun organisatie over een professionele en integere bedrijfsvoering? Dit zijn in feite vragen naar aspecten van het toezichtskader van de raad zelf. Wanneer is een bestuur goed? En wat wordt verstaan onder integere bedrijfsvoering?

Bij het beantwoorden van deze vragen staat een raad van toezicht niet met lege handen:

  1. steun kan worden gevonden in de Governancecode Zorg (hierna: Code). Raden van toezicht dienen deze Code sinds 2017 toe te passen.[2] Artikel 5.4.1 Code bepaalt dat bestuurders verantwoordelijk zijn voor een goede risicobeheersing. Het ligt voor de hand dat de raad van toezicht bestuurders hierover de verdiepende vraag stellen ‘hoe’ zij dit doen;
  2. geef prioriteit aan de aanbevelingen van de externe accountant van de organisatie inzake risicobeheersing. Aanknopingspunten beidt ongetwijfeld de management letter van de externe accountant;
  3. vaak ontbreekt de interne audit functie binnen zorginstellingen. Een raad van toezicht kan hiervoor een externe accountant inzetten door periodiek een opdracht te geven voor een auditthema. Dit gaat verder dat de reguliere controle opdracht. Externe audits verkleinen ook de informatie asymmetrie tussen bestuur en raad van toezicht;
  4. mocht er sprake zijn van complexe financieringsconstructies, dan dient de raad van toezicht zichzelf de vraag te stellen waarom is er voor deze complexiteit gekozen. En hoe leggen we hierover verantwoording af aan cliënten en andere stakeholders.

Slot

Het signaal van IGJ en NZa en hun voorstel voor een wettelijke open norm dat toeziet op goed bestuur en professionele en integere bedrijfsvoering is belangrijk. Het raakt de kern van ons nationaal zorgstelsel. Namelijk dat we als burgers vertrouwen hebben dat onze zorggelden correct worden aangewend en dat onze zorggelden integer worden beheerd.

Een open norm geeft de praktijk de mogelijkheid om per specifieke situatie zélf te ontdekken wat de passende manier is om aan de norm te voldoen. Afstemming tussen interne toezicht en externe toezicht helpt hierbij.

Henry Goverde | Dispicio

06 5315 3456


[1]. Denk aan artikel 4:14 en 4:15 Wet op het financieel toezicht: een beheerder, beleggingsinstelling, beleggingsonderneming, bewaarder of een financiële dienstverlener dient de bedrijfsvoering zodanig in te richten dat deze een beheerste en integere uitoefening van haar onderscheidenlijk zijn bedrijf waarborgt.

[2]. In dit verband is van belang de norm die de zorgsector zichzelf heeft opgelegd, met betrekking tot afstemming met externe toezichthouders. De introductie bij artikel 6.2 Code (benoeming en samenstelling raad van toezicht) luidt: “de raad van toezicht neemt geen taken of functies van het externe overheidstoezicht over, maar kan wel kijken naar de aspecten waar externe toezichthouders op toezien”.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *