Wijkverpleging: de slagkracht van de coöperatie

Inleiding

De wijkverpleging staat onder druk. Met zijn brief ‘bekostiging en toekomstperspectief voor de wijkverpleging’ beoogt de minister een doorbraak. De huidige manier van werken in de wijkverpleging is niet houdbaar. De minister wil naar een situatie waarin integrale zorg wordt verleend door herkenbare en aanspreekbare wijkverplegingteams. Zorgprofessionals, van één of meerdere zorgaanbieders, die wijkverpleging en wijkzorg verlenen als één team samen in de wijk. Ze zijn voor cliënten als voor andere lokale zorgverleners herkenbaar zodat zij de zorg samen makkelijker en beter kunnen organiseren.

Maar hoe kunnen verschillende zorgaanbieders samenwerken in een wijk, waarbij kleinschaligheid en ‘dicht bij de cliënt’ wordt bevorderd.

Recent is in het Tijdschrift Zorg & Recht in Praktijk een pleidooi gehouden voor het inzetten van de coöperatie als vehikel om de regionale samenwerking in de wijkverpleging te bevorderen.[1]

De coöperatie in de wijkverpleging: slagkracht?

De coöperatie is een bijzondere vereniging, waarvan in het geval van de wijkverpleging, de samenwerkende zorgaanbieders in de regio of wijk lid zijn. Net als een vereniging kent de coöperatie een bestuur en een algemene ledenvergadering. Ook andere samenwerkingsvormen zijn mogelijk, bijvoorbeeld een contractuele samenwerking, maar het artikel stelt dat het belangrijkste voordeel van de coöperatie ten opzichte van andere samenwerkingsvormen de slagkracht is. Regionale zorgaanbieders zouden effectiever samenwerken wanneer zij hun krachten bundelen in de vorm van een coöperatie. Dit valt nog te bezien.

Slagkracht vereist vooral een duidelijk doel. De aard en de specifieke omstandigheden van de samenwerkende zorgaanbieders kunnen het realiseren van een eenduidig doel bemoeilijken. Prioriteiten komen niet altijd overeen. Vooral de verschillen tussen kleine en grote zorgaanbieders kunnen een gelijkwaardige samenwerkingsrelatie in een coöperatie beletten.

Zorgverzekeraars spelen een belangrijke rol in de wijkverpleging met het inzetten van hun inkoopbeleid. Omdat zorgverzekeraars de toename van niet-gecontracteerde zorgaanbieders willen tegengaan, zullen zij er belang bij hebben dat de coöperatie als één contractspartij kan optreden. De inkoopeisen van de zorgverzekeraars verplichten de hoofdaannemer vaak dat zij de inkoopeisen een-op-een doorzetten naar haar onderaannemers. In feite betekent dit dat de coöperatie zorgeisen oplegt aan haar leden. Inefficiency ontstaat wanneer deze zorgeisen niet overeen komen met de individuele zorgwensen? van de leden.

De samenwerkende leden hebben ook een uitdaging om als coöperatie een eenduidig administratief proces in te richten. Zonder dat dit leidt tot extra kosten voor de individuele leden. Tel hierbij op de uitdagingen die ontstaan vanuit het mededingingsrecht, dan moeten we de slagkracht van de coöperatie niet overdrijven.

Form follows function, tóch?

Het is samenwerken, samenwerken en nog eens samenwerken binnen de zorg. Maar als samenwerken binnen de zorg – in dit geval de wijkverpleging – zo belangrijk is waarom wordt nu zo weinig samengewerkt? Of in ieder geval nog niet genoeg, volgens VWS. Volgens mij komt dit omdat samenwerken helemaal niet zo eenvoudig is. Vaak is het zelfs bedreigend.

Het is logisch dat snel in termen van vormgeving wordt gedacht. Hoe ‘maken’ we de samenwerking? En, hoe zorgen we ervoor dat deze effectief is? But form follows function. We moeten ervoor waken om niet te snel in vehikels te denken. Het begint bij een veel lastiger vraag, namelijk wat is de functie van het samen werken. Om direct daarna onszelf de vraag te stellen, hoe zorgen we ervoor dat de samenwerking succesvol wordt?

Bij elke samenwerking zijn tenminste drie partijen betrokken: jij, de ander en de samenwerking zelf.

Wanneer niet vooraf ingegaan wordt op de risico- en succesfactoren van samenwerken, zal samenwerken falen.

Henry Goverde


[1]. Mr. drs. E.R. Lam, “De coöperatie, het vehikel voor regionale samenwerking in de wijkverpleging”, Tijdschrift voor Zorg & Recht in Praktijk, augustus 2019, nummer 5, pagina 16 e.v.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *